
De naaimachine van oma
“Anita, mag ik je wat vragen? Zou je mij willen leren om met de naaimachine om te gaan?”
Die vraag stelde mijn nichtje mij vorige week. Ergens was ik verbaasd dat ze mij dit vroeg en aan de andere kant ook weer niet.
Verbaasd omdat ik de vraag niet zag aankomen. Ik zie mezelf niet echt als een ‘doorsnee’ tante. We zien elkaar bij familiebijeenkomsten, verjaardagen. Maar iets één op één doen met mijn nichten of neven, het zou niet snel in me opkomen. Het zit gewoon niet in mijn systeem. Ik had zelf niet zo’n tante, dus ik heb daar ook niet echt een voorbeeld in gehad. Daarnaast was ik tot voor kort ook druk met werk, mantelzorg en mijn eigen kinderen. Ik vind het al fijn als ik die regelmatig kan zien.
Maar dat ze dit mij vroeg, was eigenlijk ook wel logisch.
In onze familie is er niemand die met de naaimachine kan omgaan, behalve mijn moeder. Zij heeft het mij geleerd, toen ik een jaar of vijftien was. Inmiddels is ze 93 jaar. Geestelijk nog prima, maar ik zie haar geen naailes meer geven aan haar kleindochter.
Dus… ik.
Ik liet de vraag even op me inwerken.
Zelf heb ik drie zoons en er is er niet één die interesse heeft in kleding maken. Mijn kennis overbrengen op een jongere generatie… die gedachte trok me eigenlijk best wel.
Ik vroeg haar wat ze precies wilde leren. Ze vertelde dat ze een mand had en daar een inzet voor wilde maken van stof. Ze mocht de naaimachine van oma gebruiken, maar wist niet hoe die werkte. Ik wel, wist ze. Vandaar haar vraag.
Mijn gedachten gingen terug naar mijn eigen jeugd.
Ik zag mezelf zitten, vijftien jaar oud, achter de naaimachine van mijn moeder. Ik had er echt gevoel voor. Oh, wat heb ik veel kleding zelf gemaakt. Mijn droom was om modeontwerpster te worden. Ik wilde naar de modeacademie in Utrecht en deed drie keer toelatingsexamen. Helaas werd ik niet aangenomen. Ik kon prachtig naaien, zeiden ze, zo netjes recht ook. Maar dat was niet genoeg.
Mijn pad liep anders. Ik kwam terecht in de ICT en leerde werken met computers. Kleding maken bleef ik nog wel doen, tot ik kinderen kreeg. Toen verdween het langzaam naar de achtergrond. Mijn tijd ging op aan werk en gezin. Kleding kocht ik voortaan in de winkel, dat was makkelijker en vooral sneller.
De naaimachine bleef wel. En ik heb deze in de tussentijd wel gebruikt voor reparatieklusjes. En in de coronatijd heb ik nog zelf mondkapjes genaaid van een leuk provençaals stofje. Mijn naaimachine heeft twee jaar geleden een servicebeurt gehad en naaide daarna weer als een zonnetje. Ik wilde er weer meer mee gaan doen, maar het kwam er toch niet van.
Vorig jaar april ging ik naar de stoffenmarkt. Ik kwam thuis met meerdere lappen stof, vol plannen: een kanten blouse, een klaprozen blouse, iets voor onze kleindochters… De stoffen liggen nog steeds netjes opgevouwen in de tas. Het enige wat ik maakte was een omkeertas met een vrolijke print van alpaca’s, ezels en cactussen.
Het leven liep even anders. Het was een pittig jaar, met veel mantelzorg. Gelukkig is dat nu rustiger en sinds januari heb ik de vrijdag vrij. Er is weer ruimte voor hobby’s, ruimte voor mij.
Terug naar mijn nichtje. We hebben afgesproken dat ik haar ga leren omgaan met de naaimachine. Het lijkt mij echt heel leuk om mijn kennis over te brengen en haar mee te nemen in het plezier van zelf kleding maken. Ook al is dat op dit moment nog niet haar eerste doel. Ze wilde die inzet voor de mand maken. Maar ik heb haar overtuigd dat het toch het leukst is om een eenvoudig kledingstuk te maken en zo gaandeweg ook de machine te leren kennen.
Ze heeft nu in één van mijn zelfmaakmodebladen een eenvoudige wikkelrok uitgekozen en dat wordt ons eerste project. Morgen gaan we, het is inmiddels weer april en een jaar later, samen naar de stoffenmarkt. We gaan kijken, voelen, keuren en kiezen. Ik hoop dat ze leuk slaagt voor een mooie stof voor haar rok.
En ik… als ik een beauty van een stof in mijn handen krijg, weet ik bijna zeker dat deze dan ook gewoon mee gaat. In mijn tas, maar dan hopelijk niet om daar weer een jaar stil te liggen. Ik hoop dat door weer met kleding maken bezig te zijn samen met mijn nichtje, ik ook de smaak weer te pakken krijg.
Ik heb in ieder geval al wat stoffen in huis voor mijn oude nieuwe hobby.