
Nestelen
Sinds twee weken zit ze er, het meerkoet vrouwtje, op haar nest tussen het riet in de vijver naast de sporthal. De weken ervoor zag ik hoe druk zij en haar mannetje in de weer waren om vanuit niks daar tussen het riet een nest te vlechten, zeer kunstig om te zien hoe vogels dat doen. Het mooie is, dat ze beiden hun steentje (of beter nog: rietstengels) bij dragen, waarbij het vrouwtje toch meer de coördinerende taak lijkt te hebben. Een stukje nog hier en dan daar… ja, zo is het goed.
Intussen zit ze dus boven op haar nest, met ik denk, een paar eieren onder zich. Van vorig jaar weet ik nog dat het ongeveer drie weken duurt tot de eitjes uitkomen. Misschien zijn er volgende week rode opengesperde bekje te zien onder de moeder meerkoet. Ik ben benieuwd.
Nu moeders op het nest zit, is er voor het mannetje even geen taak. Zo lijkt het althans, hij zwemt wat rond in de vijver, een beetje duiken onder water, wat kroost weg knabbelen…. Schijn bedriegt, want gisteren zag ik overduidelijk wat zijn taak is. Er kwam een mannetjeseend aan van de overkant uit de sloot. Tussen het hoge gras door waggelend, zag ik hem gaan, op weg naar het andere uiterste deel van de vijver. Met een ‘Plons!’ ging hij het water in en zwom hij op zijn gemakje een stukje rond. Tussen moeder meerkoet op het nest en de eend was minimaal tien meter.
Niks aan de hand zou je denken, maar nee. Voor meneer meerkoet was het overduidelijk té dichtbij. Na een stukje langzaam peddelen, verhief hij zich uit het water en al peddelend en wild met zijn vleugels fladderend was hij in een mum bij de eend. Die, op zijn beurt, schrok zich een hoedje en sprong gauw op de kant. Daar vanaf zijn veilige plek tussen het hoge gras keek hij naar vader meerkoet in de vijver. Die leek hem aan te kijken met een ‘En nu wegblijven ook!’ Mooi om te zien dat zorgzame voor zijn broedende vrouwtje.
Hetzelfde zorgzame zie ik terug in mijn eigen situatie van dit moment, bij mijn eigen lief.
Sinds vorig jaar het begin van ‘Corona’ heb ik een paar spullen bij elkaar gepakt en ben bij mijn vriend ingetrokken, ik noem het een lange logeerpartij, want officieel wonen we nog niet samen. Maar we praten er wel over en de plannen zijn er zeker.
Net als de meerkoetjes in de vijver, is mijn lief momenteel bezig in zijn huis. Op de zolderverdieping heeft hij van twee kamers weer één grote kamer gemaakt. De zolder had al een kleinere kamer, waar hij een bureau heeft gemaakt, ik zit daar soms wat te rommelen. Mijn naaimachine staat er en mijn fotoboeken hebben daar een plekje gekregen, het is al een beetje ‘mijn kamer’. En wat zegt vriendlief tegen mij? ‘De kamers boven zijn voor jou hoor, ik heb ze niet echt nodig, dus richt ze maar in zoals jij wilt.’
Ik vind het stiekem wel heel fijn én heel lief. Hij geeft ermee aan dat hij mij graag om zich heen heeft en dat ik welkom ben bij hem in zijn huis. De zolder wordt mijn plekje om me even terug te kunnen trekken.
De grote zolderkamer is een mooie ruime kamer en ik vind het fijn om te fantaseren wat ik met die ruimte zou willen doen.
Zo lijkt het mij heerlijk om daar een beetje te kunnen sporten, op mijn manier, met muziek, lekker bewegen, zoals vroeger in de sportschool. Een beetje aerobic, zonder springen dan. Of ik rol er mijn matje uit en ga yoga oefeningen doen. Of, en die is ook leuk, ik zet er mijn massagetafel neer en pak de draad weer op van het masseren.
Vriendlief hoort mijn enthousiaste plannen aan en ik zie aan hem dat hij geniet van mijn blijheid en het stemt hem blij dat hij me dat kan geven. En zo zijn wij op onze manier, net als de meerkoetjes, samen een nestje aan het bouwen. Stapje voor stapje, komt het officiële moment van samenwonen steeds dichterbij. We groeien meer en meer naar elkaar toe, het huis wordt meer en meer ‘ons’ huis, een liefdevol huis, waar onze vrienden en familie welkom zijn en waar, en daar kijken we stiekem al een beetje naar uit, we in de nabije toekomst ook onze kleinkinderen zullen verwelkomen.